Tijdens een serie kan een mens ongeveer drie woorden verwerken. Vandaar dat aanwijzingen onder inspanning kort en fysiek zijn: "borst omhoog", "duw de grond weg", "adem uit". Alles wat langer is komt niet aan, hoe goed het ook bedoeld is.
De uitleg hoort daarom in de pauze. Daar hoor je waaróm de knie naar buiten moet en wat er gebeurde in de vorige serie. Wie tijdens het tillen een verhandeling krijgt over spiergroepen, verliest de serie én het verhaal.
Aanmoedigen is geen stijl maar een keuze
Sommige mensen tillen meer als er iemand naast ze staat te roepen; anderen klappen daarvan dicht. Een trainster peilt dat in de eerste weken en past zich aan. Het is een redelijke vraag om er zelf over te beginnen: dat het stil mag zijn, of juist niet.
Vier dingen die een trainster zegt en wat ze bedoelt
"Nog twee"
Meestal betekent dit dat er nog twee in zitten die er netjes uitzien. Het is geen inschatting van je wilskracht maar van je uitvoering.
"Deze doen we lichter"
Er is iets gezien: een schouder die optrekt, een rug die meegeeft, of gewoon een dag die minder is. Zelden een straf, meestal een correctie.
"Hoe voelde dat?"
Een echte vraag. Het antwoord bepaalt het gewicht van de volgende serie, dus "wel oké" helpt haar niet en "zwaar maar te doen" wel.
"Dat is genoeg voor vandaag"
Het uur is niet af omdat de tijd om is maar omdat verdergaan niets meer toevoegt. Dat gebeurt vaker dan mensen denken.
Stilte in een klein huis
Aan huis trainen legt een beperking op die in een sportschool niet bestaat: er ligt misschien iemand te slapen, er is een vergadering aan de gang of de buren delen een dunne muur. Trainsters zijn daarop ingesteld. Springen wordt vervangen door stappen, gewichten worden neergezet en niet neergegooid, en de aanwijzingen blijven op gespreksvolume.
Wie in een appartement traint, kan dat het beste in de eerste minuten van de kennismaking zeggen. Het scheelt een uur waarin je je bij elke oefening afvraagt of het te veel lawaai maakt.
